Recensie 'The End of Oak Street'
Deze scifi is een veelbelovende misser

Met The End of Oak Street (2026) keert regisseur David Robert Mitchell, bekend van It Follows (2014), terug naar een wereld waarin dreiging en mysterie centraal staan. De film speelt zich af in de jaren 80 en doet zichtbaar zijn best om die periode tot leven te brengen. Klassieke camerastandpunten, de cinematografie en vooral de nadrukkelijk aanwezige soundtrack zorgen regelmatig voor een overtuigend tijdsbeeld, al wordt er soms zo gretig uit het bekende jaren 80-arsenaal geput dat de nostalgie eerder als cliché dan als creatieve vondst aanvoelt.
Een veelbelovende combinatie
Dat J.J. Abrams de film produceert, is daarbij een interessante keuze. Abrams heeft als producent met films als Cloverfield (2008), Super 8 (2011) en 10 Cloverfield Lane (2016) vaker bewezen goed overweg te kunnen met een combinatie van mysterie, spanning en spektakel. In combinatie met Mitchell, die met It Follows liet zien hoe effectief suggestie en spanning kunnen werken, zijn de verwachtingen dan ook hoog. The End of Oak Street heeft op papier alle ingrediënten voor een sterke genrefilm, maar weet uiteindelijk maar moeilijk te bepalen wat voor film het precies wil zijn.
Een film zonder duidelijke identiteit
Het grootste probleem is namelijk dat Mitchell geen duidelijke richting lijkt te kiezen. Is dit een horrorfilm, een familiedrama, een satire of simpelweg een vermakelijke monsterfilm? Het antwoord lijkt steeds een beetje van alles te zijn. Er zijn komische scènes die daadwerkelijk grappig zijn, maar nooit voldoende gewicht krijgen om de film echt komisch te maken. Daartegenover staan enkele sterke dramatische scènes die aanzienlijk interessanter zijn dan de satire eromheen. Juist in die momenten komt naar voren wat de film had kunnen zijn.
Anne Hathaway en Ewan McGregor laten zien dat ze moeiteloos meer gewicht aan het verhaal kunnen geven, maar het familiedrama wordt vervolgens weer opzij geschoven voor een andere toon. Hierdoor voelt The End of Oak Street uiteindelijk minder als een bewuste genrecombinatie en meer als een film die zelf nog aan het uitzoeken is wat hij wil zijn.

Mitchell verliest zijn spanning uit het oog
Dat gebrek aan richting wordt het pijnlijkst zichtbaar in de spanningsopbouw. De eerste helft is namelijk verrassend effectief. De dinosauriërs worden grotendeels buiten beeld gehouden, waardoor hun aanwezigheid juist dreigender wordt. Mitchell begrijpt hier precies wat hij met suggestie kan bereiken. Het is een aanpak die sterk doet denken aan It Follows, waarin juist het niet volledig tonen van het gevaar de spanning versterkt.
Maar waar die aanpak in de eerste helft uitstekend werkt, gooit de film hem daarna volledig overboord. Zodra de dinosauriërs steeds nadrukkelijker in beeld komen, verdwijnt een groot deel van de opgebouwde spanning. Het gevaar wordt daarmee minder mysterieus en vooral een spektakelstuk. Dat is niet per definitie verkeerd, maar het voelt hier vooral als een gemiste kans. De film had met aanzienlijk minder middelen veel spannender kunnen zijn.
Een gemiste kans
De special effects zijn wisselend. Sommige dinosauriërs zien er prima uit, terwijl andere effecten duidelijk minder overtuigen. Toch vormen ze geen dusdanig groot probleem dat de film hierdoor uit elkaar valt. Bovendien blijft het simpelweg vermakelijk om dinosauriërs achter mensen aan te zien gaan. Dat gegeven heeft, zoals de recente Jurassic World-films meermaals hebben bewezen, een groot vermogen om tekortkomingen te compenseren. De muziek is daarentegen consequent sterk. De soundtrack ligt er soms behoorlijk dik bovenop, maar past daardoor juist goed bij de gekozen periode. Het klinkt regelmatig alsof een verloren jaren 80-film opnieuw van muziek is voorzien. Een eenvoudige, maar effectieve manier om de film een eigen gezicht te geven.

Teleurstelling is groot
En toch blijft vooral de frustratie hangen over wat The End of Oak Street had kunnen zijn. Het concept is origineel, de cast is sterk en er valt genoeg te beleven om een avondje simpel vermaak te rechtvaardigen. Wie vooral komt voor dinosauriërs, spektakel en een dosis jaren 80-nostalgie, zal zich hier waarschijnlijk prima mee vermaken. Voor wie meer verwacht, blijft vooral de vraag hangen waarom Mitchell niet meer vertrouwen heeft in de sterkste onderdelen van zijn eigen film. Wanneer hij sterker had geleund op de spanning uit de eerste helft en het familiedrama een grotere rol had gegeven, had hier mogelijk iets bijzonders kunnen ontstaan.
Nu probeert The End of Oak Street te veel verschillende films tegelijk te zijn en overtuigt het daardoor in geen enkele richting volledig. Warner Bros. heeft de afgelopen jaren laten zien dat het grote zomerfilms kan afleveren die zowel commercieel als inhoudelijk weten te overtuigen. Dat juist The End of Oak Street als dé zomerfilm van 2026 wordt gepresenteerd, maakt de uiteindelijke teleurstelling daarom alleen maar groter.












































































